Merel en Martin schrijven door

Merel en Martin schrijven door

Martin is nog niet zo van het digitale tijdperk, dus die heeft mappen vol illustratiemateriaal in de achterbak van zijn auto. Dia’s. Allemaal dia’s.
“Daar staan prachtige foto’s op”, zegt hij. “Dit is niet alles, hoor. De rest van de mappen is bij Kees.”
Kees is Kees van der Veer, een vriend van Martin en een geweldige vormgever. Daar boffen wij dan weer mee. Maar Kees vindt op zijn beurt niet dat hij erg boft met al die dia’s van Martin. Het is ontzettend veel werk om de dia’s zo te bewerken dat je er in een boek iets mee kunt. Niet in de laatste plaats omdat ze vies zijn. Vervuild door de jaren heen. Verouderd. Verkleurd.
Dus houdt Kees op mijn verzoek op met die dia’s. Hij mag Martin naar mij verwijzen, als hij daarover begint te mopperen, want ik ben tenslotte de uitgever.
Die rol moet ik dan ook meteen toepassen op de door Martin aangeleverde tekst.
“Ongeveer veertig stukjes, Martin”, zeg ik nog maar eens.
Hij levert er tachtig. Hij heeft er nog honderd in die andere map, maar die neemt hij dan maar weer mee naar huis. En hij meldt dat hij recht heeft op drie veto’s, als ik iets ga schrappen.
Dat wordt nog een heel gevecht.
En Merel moet er nog iets bijschrijven. Iets over de mol. De Mol. Met hoofdletter dus. Als we dan toch een boek gaan maken over natuur en dieren, dan mag die mol niet ontbreken.
“Ik heb zo weinig tijd”, zegt de ene auteur, als ik aandring op het leveren van tekst. “Daar spreek ik mijn veto over uit”, zegt de andere auteur, als ik een verhaal schrap dat totaal niet over natuur gaat.
Ik word langzaam grijs.
Maar ik veer enorm op doordat ik Annemieke Bunjes ontdek. Die tekent. Dieren. Vogels. Planten. En die wil gelukkig wel wat bijdragen aan ‘In de bosjes’.
Het project krijgt steeds meer vorm. We gaan er een gebonden boek van maken. Met harde kaft. We doen er ook linoleumsneden in van Emma Kropman, een nichtje van Martin. En een leeslint. Natuurlijk een leeslint. Het leven is gewoon leuker met een leeslint.

Marjan van den Berg